Gezonde kinderen die meer bewegen in en rondom schooltijd

Kwalitatief goed bewegingsonderwijs in combinatie met een rijk buitenschools aanbod is belangrijk voor de motorische ontwikkeling van kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen en behouden van een gezonde en actieve leefstijl, ook op latere leeftijd. Onder 'Gerelateerde grafieken' monitoren we de volgende doelstellingen:

  • Scholen committeren zich aan de doelen uit de agenda Sport en Bewegen om vanaf 2017 minimaal twee lesuren per week bewegingsonderwijs te bieden; waar mogelijk streven scholen naar drie lesuren bewegingsonderwijs.
  • Vanaf 2017 worden alle lesuren bewegingsonderwijs gegeven door een bevoegde leerkracht (ALO of pabo met LO-bevoegdheid).    

In het dashboard 2016 is gebruikgemaakt van de actuele cijfers uit de dataverzameling G37 en niet-G37 van Regioplan, gegeven dat dit onderzoek specifiek toezag op bewegingsonderwijs. Voor de vergelijkbaarheid tussen de jaren is in voorliggende rapportage gebruik gemaakt van de Enquête Bestuursakkoord PO, waar voor de gehele periode 2015-2017 cijfers beschikbaar zijn. De hier gepresenteerde cijfers voor 2016 wijken hiermee enigszins af van de vorige rapportage: dit heeft te maken met de formulering van de vraagstelling aan de geënquêteerden, evenals het meten van de tijd die aan bewegingsonderwijs wordt besteed in minuten dan wel lesuren.

Aandeel scholen dat minimaal 2 lesuren bewegingsonderwijs geeft per week
Aandeel scholenAandeel scholen
201578%ambitie78,3%
201669%ambitie89,15%
201765%ambitie100%

Welke beweging is zichtbaar

Uit de Monitor Bestuursakkoord blijkt dat 65 procent van de scholen in 2017 twee of meer lesuren bewegingsonderwijs geeft. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2016, waar dit percentage 69 procent bedroeg. Voorts geeft 22 procent van de scholen in deze monitor aan dat men van plan is om in de komende jaren meer bewegingsonderwijs te gaan geven. Scholen die deze ambitie niet hebben stellen veelal het huidige aanbod voldoende te vinden of dat er onvoldoende tijd in het lesprogramma is om het bewegingsonderwijs uit te breiden. Op 20 november is de 1-meting Bewegingsonderwijs PO van het Mulierinstituut verschenen, deze is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Uit dit onderzoek waaraan 788 scholen hebben meegewerkt, komt een positiever beeld: 79 procent van de scholen geeft aan ten minste twee lesuren bewegingsonderwijs te geven. Gemiddeld wordt 85 procent van de lessen bewegingsonderwijs in 2017 bevoegd gegegeven; 67 procent van de scholen geeft in 2017 aan dat alle lessen bevoegd worden gegeven. Deze cijfers laten een daling zien ten opzichte van 2016. Hier tegenover staat dat de lerarenbeurs bewegingsonderwijs in 2017 is uitgeput, er zijn in totaal 1110 beurzen toegekend. Dit wijst erop dat scholen prioriteit geven aan de bevoegdheidseisen met betrekking tot bewegingsonderwijs.    

Welke acties worden ondernomen

Op 27 januari 2015 hebben de PO-Raad en OCW het Plan van Aanpak Bewegingsonderwijs gelanceerd, om de doelstellingen uit het bestuursakkoord te realiseren. In het plan wordt zowel ingezet op de kwaliteit (bevoegdheidseis) als de kwantiteit (lesuren) van bewegingsonderwijs. Belangrijke onderdelen van het plan zijn provinciale bijeenkomsten, gesprekken met de grootste 37 gemeenten en het continu monitoren van de stand van zaken. Momenteel worden de belemmeringen én kansen regionaal verder in kaart gebracht, worden verbindingen tussen scholen, gemeenten en sportinstellingen gelegd en daarbij worden goede oplossingsvoorbeelden verspreid door de PO-Raad. Met gemeenten waar de voortgang achterblijft zijn gesprekken gevoerd om het belang van goed bewegingsonderwijs nogmaals onder de aandacht te brengen. Waar nodig wordt samen met gemeenten, schoolbesturen en NOC*NSF bekeken hoe tot een regio-specifieke maatwerkaanpak gekomen kan worden. In het kader hiervan zijn in het najaar gesprekken gevoerd en bijeenkomsten gehouden met een aantal gemeenten en regio's teneinde de gestelde doelen van het bestuursakkoord te behalen. Verder is, in het kader van de initiatiefnota-Heerema, onderzoek uitgevoerd naar de inzet van vakleerkrachten beweginsgonderwijs. Zowel pabo's als academies voor lichamelijke opvoeding (alo's) hebben de wens om op lokaal en regionaal niveau meer samenwerking aan te moedigen in zogenoemde 'beweegteams' van vakleerkrachten bewegingsonderwijs en groepsleerkrachten met een brede bevoegdheid, eventueel aangevuld met combinatiefunctionarissen. In 2018 verschijnt het peilingsonderzoek bewegingsonderwijs van de Onderwijsinspectie, waarin onder meer de leerlingresultaten ten aanzien van dit onderwerp in kaart zijn gebracht.  

Enquête Bestuursakkoord, Regioplan Brontabel als csv (129 bytes)
Aandeel scholen waar 100% van de lesuren bewegingsonderwijs door een bevoegde leerkracht wordt gegeven
Aandeel scholenAandeel scholen
201574%ambitie74%
201675%ambitie87%
201767%ambitie100%

Welke beweging is zichtbaar

Uit de Monitor Bestuursakkoord blijkt dat 65 procent van de scholen in 2017 twee of meer lesuren bewegingsonderwijs geeft. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2016, waar dit percentage 69 procent bedroeg. Voorts geeft 22 procent van de scholen in deze monitor aan dat men van plan is om in de komende jaren meer bewegingsonderwijs te gaan geven. Scholen die deze ambitie niet hebben stellen veelal het huidige aanbod voldoende te vinden of dat er onvoldoende tijd in het lesprogramma is om het bewegingsonderwijs uit te breiden. Op 20 november is de 1-meting Bewegingsonderwijs PO van het Mulierinstituut verschenen, deze is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Uit dit onderzoek waaraan 788 scholen hebben meegewerkt, komt een positiever beeld: 79 procent van de scholen geeft aan ten minste twee lesuren bewegingsonderwijs te geven. Gemiddeld wordt 85 procent van de lessen bewegingsonderwijs in 2017 bevoegd gegegeven; 67 procent van de scholen geeft in 2017 aan dat alle lessen bevoegd worden gegeven. Deze cijfers laten een daling zien ten opzichte van 2016. Hier tegenover staat dat de lerarenbeurs bewegingsonderwijs in 2017 is uitgeput, er zijn in totaal 1110 beurzen toegekend. Dit wijst erop dat scholen prioriteit geven aan de bevoegdheidseisen met betrekking tot bewegingsonderwijs.    

Welke acties worden ondernomen

Op 27 januari 2015 hebben de PO-Raad en OCW het Plan van Aanpak Bewegingsonderwijs gelanceerd, om de doelstellingen uit het bestuursakkoord te realiseren. In het plan wordt zowel ingezet op de kwaliteit (bevoegdheidseis) als de kwantiteit (lesuren) van bewegingsonderwijs. Belangrijke onderdelen van het plan zijn provinciale bijeenkomsten, gesprekken met de grootste 37 gemeenten en het continu monitoren van de stand van zaken. Momenteel worden de belemmeringen én kansen regionaal verder in kaart gebracht, worden verbindingen tussen scholen, gemeenten en sportinstellingen gelegd en daarbij worden goede oplossingsvoorbeelden verspreid door de PO-Raad. Met gemeenten waar de voortgang achterblijft zijn gesprekken gevoerd om het belang van goed bewegingsonderwijs nogmaals onder de aandacht te brengen. Waar nodig wordt samen met gemeenten, schoolbesturen en NOC*NSF bekeken hoe tot een regio-specifieke maatwerkaanpak gekomen kan worden. In het kader hiervan zijn in het najaar gesprekken gevoerd en bijeenkomsten gehouden met een aantal gemeenten en regio's teneinde de gestelde doelen van het bestuursakkoord te behalen. Verder is, in het kader van de initiatiefnota-Heerema, onderzoek uitgevoerd naar de inzet van vakleerkrachten beweginsgonderwijs. Zowel pabo's als academies voor lichamelijke opvoeding (alo's) hebben de wens om op lokaal en regionaal niveau meer samenwerking aan te moedigen in zogenoemde 'beweegteams' van vakleerkrachten bewegingsonderwijs en groepsleerkrachten met een brede bevoegdheid, eventueel aangevuld met combinatiefunctionarissen. In 2018 verschijnt het peilingsonderzoek bewegingsonderwijs van de Onderwijsinspectie, waarin onder meer de leerlingresultaten ten aanzien van dit onderwerp in kaart zijn gebracht.  

Enquête Bestuursakkoord, Regioplan Brontabel als csv (124 bytes)