Onderwijsmonitor

Hier vindt u de 'Onderwijsmonitor', een robuuste monitor die op het niveau van het stelsel inzicht geeft in de prestaties van het onderwijs.

De monitor bevat een dashboard van output- en outcome indicatoren aangevuld met een wegwijzer naar actuele beleidsinformatie over het onderwijsproces. Klik op de buttons om te navigeren.

Kijk voor meer kengetallen over het onderwijs in Nederland op www.onderwijsincijfers.nl.

Onderwijsmonitor

Map met componenten voor Goed onderwijs Prestaties kernvakken en studiesucces School-loopbaan per sector Behaald niveau naar achtergrond Internationale prestaties Overgangen tussen sectoren Begeleiding bij schoolkeuze Passende baan Match vraag arbeidsmarkt Opleidingsniveau Internationaal Sociale en culturele vaardigheden Kennis van democratie Maatschappelijke outcome Systeem Werkvloer Geld School
Resultaten van het onderwijs
Prestaties kernvakken & studiesucces

Wat is het?

De prestaties van leerlingen en het studiesucces van studenten illustreren de opbrengsten van het onderwijsstelsel. We beperken ons hier tot het monitoren van de prestaties op de kernvakken. Nieuwe ambities en speerpunten zoals meer maatwerk, gedifferentieerde opleiding en uitstroommogelijkheden, brede talentontwikkeling en dergelijke komen hiermee (nog) niet tot uiting.

Hoe wordt het gemeten?

Voor het po en vo beschikken we over de landelijk gemiddelde prestaties op de kernvakken. In het mbo, hbo en wo is het studiesucces een aspect van de opbrengst van het onderwijs.

Stand van zaken

Onderstaande 6 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 2.

Slagingspercentage in het voortgezet onderwijs boven de 90%

Gemiddeld slaagt ruim 90% van de eindexamenkandidaten in het vo jaarlijks voor het examen. Dit aandeel is de afgelopen jaren relatief stabiel. Het slagingspercentages op het vmbo ligt structureel hoger dan dat op de andere onderwijsniveaus.

Bron: DUO

Jaarresultaat in het mbo

Steeds meer mbo-studenten ronden jaarlijks hun opleiding succesvol af. Het jaarresultaat in het mbo is de afgelopen jaren in alle niveaus gestegen. Voor het mbo als geheel geldt een stijging van 67% naar 74%.

Bron: MBO-raad

Resultaten van het onderwijs
Schoolloopbaan per sector

Wat is het?

Door de schoolloopbaan te volgen, zien we in hoeverre het onderwijsstelsel leerlingen en studenten in staat stelt om in hun eigen tempo de school te doorlopen.

Hoe wordt het gemeten?

We tonen hoeveel leerlingen en studenten korter of langer dan nominaal door een onderwijssector stromen, in het speciaal onderwijs terechtkomen, of voortijdig uitvallen.

Stand van zaken

Onderstaande 6 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 2.

Zittenblijvers in het po en vo

Het aandeel zittenblijvers in het po en vo is licht gedaald.

Voortijdig schoolverlaten

Het aantal jongeren van 12 tot 23 jaar dat jaarlijks het onderwijs zonder startkwalificatie verlaat, is de afgelopen jaren gedaald van 39941 in 2009/2010 naar 22948 in 2015/2016.

Bron: DUO

Resultaten van het onderwijs
Behaald niveau naar achtergrond

Wat is het?

Toegankelijk onderwijs leidt ertoe dat leerlingen en studenten, ondanks verschillen in achtergrond, op een passend niveau terechtkomen.

Hoe wordt het gemeten?

We combineren het behaald eindresultaat en de vooropleiding van leerlingen. Ook kijken we in hoeverre de sociaal economische status (ses) relevant is voor het eindresultaat.

Stand van zaken

Onderstaande 5 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier één.

Behaald hbo-diploma naar vooropleiding

De kans op een hbo-bachelor diploma is het grootst voor studenten die hun hbo studie starten met een vwo diploma. Bijna driekwart van hen rondt de studie succesvol af. Dit geldt voor bijna twee-derde van de studenten met maximaal havo als vooropleiding. Studenten die na hun mbo-4 opleiding verder gaan in het hbo zijn minder succesvol: ruim de helft behaalde in 2014 een hbo bachelor diploma.

Bron: DUO

Resultaten van het onderwijs
Internationale prestaties

Wat is het?

We volgen de internationale positie van het Nederlands onderwijs met enkele belangrijke indicatoren. We beperken ons tot de prestaties op de kernvakken in alle onderwijssectoren.

Hoe wordt het gemeten?

In de internationale onderzoeken ‘TIMSS’, ‘PIRLS’ en ‘PISA’ worden de lees- , reken- en natuurwetenschappelijke vaardigheden van leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs gemeten. De vaardigheden van het jongste cohort (16-24 jaar) van het OESO-onderzoek ‘PIAAC’ toont de internationale prestaties van de studenten in het mbo, hbo en wo.

Stand van zaken

Onderstaande 3 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 2.

Internationale prestaties van Nederlandse basisschoolleerlingen

De prestaties van Nederlandse basisschoolleerlingen in groep 6 op het gebied van lezen, rekenen en natuuronderwijs zijn licht afgenomen. Nederland scoort op alle drie de domeinen wel boven het schaalgemiddelde van 500.

Bron: TIMSS/PIRLS (IEA)

Internationale prestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs

De prestaties van 15 jarige leerlingen in het voortgezet onderwijs op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen laten een dalende trend zien. Deze dalende trend zien we ook terug in het internationale gemiddelde. Daarmee score leerlingen in voortgezet onderwijs altijd consequent boven het internationale OESO gemiddelde op de vaardigheidstoetsen van PISA.

Bron: PISA (OESO)

Resultaten van het onderwijs
Overgangen tussen sectoren

Wat is het?

In toegankelijk onderwijs sluiten de opeenvolgende onderwijssectoren goed op elkaar aan en ervaren kinderen geen drempel bij overgang van de ene naar de andere sector. Hierdoor komen leerlingen en studenten op een bij hen passend niveau terecht.

Hoe wordt het gemeten?

De overgangen tussen onderwijssectoren volgen we door het niveau van de huidige opleiding van leerlingen en het niveau van de gevolgde vooropleiding met elkaar te vergelijken.

Stand van zaken

Onderstaande 4 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 2.

Mbo-instromers naar vooropleiding in het vo

We constateren dat het merendeel van de leerlingen op een mbo-niveau instroomt dat aansluit op hun behaald niveau in het voortgezet onderwijs.

Bron: DUO

Her-inschrijvers in het hoger onderwijs na 1 jaar

Het merendeel van de studenten dat begint aan een studie op universiteit of hogeschool, is na een jaar nog op dezelfde instelling te vinden (herinschrijvers). Ook blijkt dat het overgrote deel eveneens dezelfde studie volgt.

Bron: DUO

Resultaten van het onderwijs
Begeleiding bij schoolkeuze

Wat is het?

Toegankelijk onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen en studenten goed worden begeleid in hun keuze voor een vervolgopleiding. Zodat zij terechtkomen op een niveau en richting dat bij hen past.

Hoe wordt het gemeten?

Of leerlingen en studenten goed worden begeleid, kunnen we opmaken uit hun tevredenheid over de voorbereiding en begeleiding naar het vervolgonderwijs. Van po naar vo en van vo naar vervolgonderwijs. De mate van switchen in mbo en ho illustreert dat studenten niet altijd in een direct doorlopende lijn hun schoolcarrière doorlopen.

Stand van zaken

Onderstaande 3 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 1.

Begeleiding van leerlingen in keuze naar het voortgezet onderwijs

Ruim twee-derde van de leerlingen in de brugklas is tevreden over de begeleiding bij de overgang van het primair onderwijs (po) naar de brugklas. Dit aandeel is de afgelopen jaren stabiel.

Bron: LAKS

Resultaten van het onderwijs
Passende baan

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een passende arbeidsmarktpositie op de nationale of internationale arbeidsmarkt.

Hoe wordt het gemeten?

Of het onderwijsstelsel op dit gebied goed functioneert, kunnen we o.a. opmaken uit de tevredenheid van studenten over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Maar ook uit hun arbeidsmarktpositie, of zij een baan op niveau hebben en of zij een baan hebben gevonden passend bij de studierichting.

Stand van zaken

Onderstaande 3 indicatoren zijn geselecteerd. Ter illustratie tonen we er hier 2.

Baan op eigen niveau en in eigen of verwante richting

Anderhalf jaar na afstuderen heeft 7 op de 10 studenten een baan op het eigen niveau en in een eigen of verwante richting.

Bron: ROA en VSNU

Tevredenheid over aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

De tevredenheid van de studenten over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verschilt per sector. Studenten die een mbo beroepsbegeleide opleiding hebben afgerond zijn het meest tevreden. Verder is opvallend dat de tevredenheid onder wo studenten daalt terwijl deze is toegenomen onder hbo en mbo bbl studenten.

Bron: ROA en VSNU

Resultaten van het onderwijs
Match vraag arbeidsmarkt

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. De outcome van onderwijs is een goed opgeleide beroepsbevolking, met werkenden op alle niveaus conform de vraag van de arbeidsmarkt. Een beroepsbevolking die zich ook voortdurend blijft scholen en ontwikkelen.

Hoe wordt het gemeten?

Het aandeel werkenden in de beroepsbevolking illustreert de outcome van onderwijs, per sector. De deelname aan leven lang leren toont de bereidheid van de beroepsbevolking zich bij te scholen en aan te passen aan de voortdurend veranderende arbeidsmarkt.

Stand van zaken

Ter illustratie tonen we beide geselecteerde indicatoren:

Arbeidsparticipatie naar opleidingsniveau

Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker men een baan heeft. Het verschil in aandeel werkenden onder volwassenen meet een laag- en hoog opleidingsniveau is de afgelopen stabiel rond de 30%.

Bron: CBS;EBB

Deelname aan Leven Lang Leren

Het aandeel volwassenen dat deelneemt aan scholing is in de afgelopen jaren licht toegenomen. Nederland scoort internationaal goed op deze Europese indicator.

Bron: Eurostat

Meer weten?

Resultaten van het onderwijs
Opleidingsniveau beroepsbevolking internationaal

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. De outcome van onderwijs is een goed opgeleide beroepsbevolking die internationaal kan concurreren.

Hoe wordt het gemeten?

We vergelijken zowel het gemiddeld behaalde opleidingsniveau van de beroepsbevolking, als ook de prestaties van de volwassen beroepsbevolking. Hierbij beperken we ons tot de kernvakken: reken- en taalvaardigheden en het probleemoplossend vermogen als gemeten in het ‘PIAAC’-onderzoek.

Stand van zaken

Ter illustratie tonen we beide geselecteerde indicatoren:

Opleidingsniveau van de bevolking

Het opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking is internationaal gezien hoog. Het percentage hoogopgeleiden in ligt wel duidelijk hoger dan gemiddeld in de EU. In het Verenigd Koninkrijk en Finland is het percentage hoogopgeleiden het hoogst.

Bron: eurostat

Vaardigheden van de bevolking

De vaardigheden van de Nederlandse bevolking zijn hoger dan het internationaal gemiddelde (OESO) op het gebied van taal, rekenen en het probleemoplossend vermogen. Nederland neemt ten opzichte van de andere 24 deelnemende landen respectievelijk een derde, vierde en zesde positie in.

Bron: PIAAC

Resultaten van het onderwijs
Sociale en culturele vaardigheden

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. Dit gaat verder dan taal en rekenen. Gedurende hun onderwijsloopbaan leren kinderen ook sociale, non-cognitieve, vaardigheden. Deze socialisatiefunctie is o.a. sinds 2006 vastgelegd in de burgerschapsopdracht van scholen in het primair onderwijs.

Hoe wordt het gemeten?

Sociale competenties zijn minder makkelijk te meten dan basisvaardigheden. We beperken ons hier tot hetgeen beschikbaar is van de Inspectie van het Onderwijs (die toezicht houdt op de burgerschapsopdracht van po-scholen), en de resultaten van de JOB-monitor en Nationale Studentenenquête.

Stand van zaken

Onderstaande 2 indicatoren zijn geselecteerd.

Sociale competenties van leerlingen

De sociale competenties van leerlingen zijn aan het einde van de schoolperiode op een merendeel van de basisscholen op een voldoende niveau. Bijna twee-derde van de basisscholen voldoet in schooljaar 2013/2014 aan de landelijke inspectienorm.

Bron: Inspectie van het onderwijs

Oordeel van studenten over algemene vaardigheden

In het hoger onderwijs is 70% van de studenten tevreden over de algemene (non-cognitieve) vaardigheden die zij opdoen tijdens hun studie. De tevredenheid onder de studenten in hoger onderwijs in 2016 het hoogst sinds 2010.Studenten geven in de Nationale Studentenenquête hun mening onder andere over het aanleren van een kritische houding en communicatieve vaardigheden.

Bron: Nationale Studenten Enquête (NSE)

Resultaten van het onderwijs
Kennis van de democratie en maatschappij

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. Naast de cognitieve en (non) cognitieve vaardigheden draagt het onderwijs maatschappelijke waarden, normen en gedragingen over. Leerlingen hebben deze kennis nodig om een actieve rol te kunnen spelen in de samenleving. Deze socialisatiefunctie is o.a. sinds 2006 vastgelegd in de burgerschapsopdracht van scholen in het primair onderwijs.

Hoe wordt het gemeten?

Kennis van de democratie en maatschappij wordt niet direct gemeten. We beperken ons hier tot hetgeen beschikbaar is van de Inspectie van het Onderwijs (die toezicht houdt op de burgerschapsopdracht van po-scholen) en de resultaten van internationale onderzoeken naar de kennis van vo-leerlingen over politiek en maatschappij.

Stand van zaken

Ter illustratie tonen we hier beide geselecteerde indicatoren:

Bevordering van actief burgerschap en sociale integratie

Ruim twee-derde van de basisscholen draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs gericht op de bevordering van burgerschap en sociale integratie.

Bron: Inspectie van het onderwijs

Beheersingsniveau van politiek en maatschappelijk burgerschap

Europees onderzoek toont dat ongeveer één op de vier leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs een zeer goed begrip heeft van politiek en maatschappelijk burgerschap, en is toegerust om actief invulling te geven aan hun rol als burger (beheersingsniveau 3). Nederlandse kinderen hebben daarmee een iets lager beheersingsniveau van deze aspecten dan gemiddeld in de EU.

Bron: IEA; International Civic and Citizenship Study (ICCS 2009)

Resultaten van het onderwijs
Maatschappelijke outcome

Wat is het?

Het onderwijsstelsel zorgt dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. De outcome van onderwijs is een goed opgeleide beroepsbevolking en dit vormt de basis voor de ontwikkeling van de samenleving. Het vertrouwen dat mensen hebben in elkaar en in maatschappelijke en politieke instituties is essentieel voor het functioneren van een samenleving.

Hoe wordt het gemeten?

In het CBS-onderzoek ‘Sociale samenhang en welzijn’ wordt het sociaal en institutioneel vertrouwen jaarlijks gemeten. In internationaal verband wordt de maatschappelijke outcome in de OESO-publicatie ‘Education at a Glance’ met jaarlijks wisselende indicatoren gemeten.

Stand van zaken

Ter illustratie tonen we hier 1 van de 2 geselecteerde indicatoren.

Institutioneel vertrouwen en sociaal vertrouwen

Opleidingsniveau en vertrouwen zijn doorgaans sterk positief gerelateerd. Hoogopgeleiden hebben relatief meer vertrouwen in instituties, de pers en medemens dan laagopgeleiden.

Bron: CBS; Sociaal en Institutioneel vertrouwen in Nederland (2015)

Bouwstenen van het onderwijs
Systeem

Het onderwijsstelsel, de bekostigingssystematiek en de governance zijn belangrijke voorwaarden voor goed onderwijs. OCW monitort deze aspecten op basis van een aantal belangrijke kengetallen. Klik op de onderstaande links voor meer informatie.

Bouwstenen van het onderwijs
School/Instelling

De kwaliteit van het bestuur, management en intern toezicht zijn belangrijke voorwaarden voor goed onderwijs. Leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders en besturen vormen samen de scholen. De kwaliteit van het onderwijs is afhankelijk van de inzet en vaardigheden van al deze betrokkenen. Dat vraagt het nodige van schoolleiders, maar ook van de schoolbesturen. Klik op de onderstaande links voor meer informatie.

Bouwstenen van het onderwijs
Geld

Scholen en instellingen moeten voldoende moeten worden toegerust door de overheid zodat zij aan de aan hen gestelde eisen kunnen voldoen. Meer weten over de financiering van het onderwijs? Klik op de onderstaande links:

Bouwstenen van het onderwijs
De werkvloer

Leraren en de leeromgeving van leerlingen en studenten beïnvloeden de kwaliteit van, en behaalde prestaties in, het onderwijs. Klik op de onderstaande links voor meer informatie.

1) Leraren en onderwijsteams:

  • De belangrijkste kengetallen over onderwijspersoneel zijn te vinden op www.onderwijsincijfers.nl.
  • Goed onderwijs begint bij goede leerkrachten. In de Lerarenagenda zijn de belangrijkste ambities voor het leraarschap gesteld. Klik hier voor de voortgang op deze ambities.
  • Internationaal worden leraren vergeleken in het TALIS onderzoek.
  • Jaarlijks rapporteert OCW in de kamerbrief over de onderwijs-arbeidsmarkt de huidige stand van zaken en de verwachtingen voor de langere termijn van het vraag en aanbod op de onderwijsarbeidsmarkt in primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
  • Jaarlijks rapporteert OCW in een kamerbrief over de groepsgrootte in het basisonderwijs. De grootte van de groepen is immers relevant voor leraren, ouders en leerlingen. Een erg grote groep kan van invloed zijn op de door de leraar ervaren werkdruk. Wanneer er relatief veel leerlingen in een groep zitten, vragen ouders zich af of dit niet ten koste gaat van de aandacht voor hun kind.
  • De financiële positie van scholen en onderwijsinstellingen is hier te vinden: po, vo, mbo, hbo en wo.

2) Leeromgeving:

Zie ook